Reactie op “Klaar met je studie? Dan moet je je kamer uit” (Algemeen Dagblad, 27 juni 2019)

Op 27 juni 2019 verscheen er in het Algemeen Dagblad een artikel over nieuw beleid van Stadswonen Rotterdam t.a.v. de toenemende druk op de studentenwoningmarkt. Stichting Huurdersbelang Stadswonen (SHS) is van mening dat hoewel er geen onwaarheden verkon-digd worden, de auteur van het artikel er niet in slaagt om de implicaties van dit beleid vol-doende uiteen te zetten.

De auteur haalt slechts twee aspecten van de geplande beleidswijziging expliciet aan.

Ten eerste wordt het voornemen tot handhaving van campuscontracten benoemd. Het klopt inderdaad dat in de campuscontracten vermeld staat dat deze huurders jaarlijks aan moeten tonen dat ze nog studeren en anders binnen 6 maanden de woning moeten ver-laten. Ook is er onder veel studenten begrip dat het bezet houden van studentenwoningen na afstuderen een ongewenst gevolg is, zeker bij toenemende druk op de woningmarkt. Ech-ter, juist deze krappe woningmarkt is het probleem dat de maatregel extra schrijnend maakt. Het is namelijk allesbehalve zeker dat zij die moeten vertrekken een goede vervangende wo-ning kunnen vinden, ongeacht of ze 6 maanden de tijd krijgen of enige extra uitstel. Huur-ders hebben hier geen rekening mee gehouden, aangezien tot voor kort er consistent tegen huurders is gezegd dat deze regel niet nageleefd werd in de praktijk. Hierdoor voelt de plot-selinge verandering van koers als een schok, met veel onzekerheid en stress onder studenten als gevolg.

Wat zou helpen om de zorgen van huurders enigszins weg te nemen, is duidelijkheid over de concrete invulling van ‘handhaving’. Wie moet er wanneer vertrekken en wat zijn hun mogelijkheden daarna? De onderhandelingen over implementatie zijn op het moment van schrijven nog in volle gang. Dat Stadswonen slechts de 500 langstzittende huurders wil gaan aanschrijven in het eerste jaar is voor SHS tot op heden onbekend.

Ten tweede, wat betreft doorstroming na afstuderen, heeft SHS alleen maar lof voor de am-bitie van Stadswonen om bij te bouwen. De vraag is echter of dit van invloed is voor de wo-ningnood van de huurder die nu moet vertrekken. Gezien het feit dat bouwen en aankopen van nieuwe panden veel tijd vergt, is het onwaarschijnlijk dat de betrokkenen op de korte termijn de vruchten kunnen plukken van de nieuwe studio’s van morgen. Vooral de vol-gende generatie huurders zal profiteren van de beoogde 900 extra woningen.

In het artikel ontbreken ook een aantal cruciale beleidswijzigingen die studenten en jonge-ren op een andere manier zullen gaan raken. Zo heeft het de invoering van een leeftijdsgrens van 27 jaar het gevolg dat een aanzienlijk deel van de huidige wachtenden geen aanspraak meer kan doen op een woning. De nieuwe, exclusieve focus op studenten, terwijl tot voor kort ook jongeren bij Stadswonen terecht konden, blijft nagenoeg onbesproken.

Uiteraard is er begrip dat een artikel van beperkte lengte onmogelijk recht kan doen aan alle beleidswijzigingen en implicaties daarvan. SHS heeft de afgelopen periode met veel indivi-duele huurders en vertegenwoordigers op pandniveau gesproken om tot een zo evenwich-tig mogelijk advies te komen, waarbij recht gedaan wordt aan de belangen van alle verschil-lende groepen bewoners. Aangezien SHS niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van het artikel en van mening is dat de uitwerking van het beleid hierin niet voldoende is uiteengezet, willen wij hierbij attenderen op de beperkte reikwijdte van het artikel en de eventuele negatieve gevolgen voor de huurders.

Het advies van SHS en de overwegingen hierbij zijn hier te vinden.